Ben Wellerdieck (1946)

Voor mij moet een schilderij direct overtuigen door zijn beeldende kracht.
Ik houd niet van werk dat in de eerste plaats vraagt “wat wordt hier bedoeld?”.
Het is me nog nooit overkomen dat ik van een schilderij ben gaan houden door het verhaal dat het moet vertellen.
Wel kan een werk dat eerst afstoot later zeer dierbaar worden. Dat gebeurt meestal met werk dat zo volkomen oorspronkelijk is, dat je eerst de beeldtaal ervan moet leren kennen.

Het gaat erom de handeling van het schilderen op gang te brengen. Daarvoor kan alles bruikbaar zijn, een gebeurtenis, een beeld, een concept, een verhaal enz., enz. Maar het is tijdens het schilderen dat er dingen gebeuren die de schilder niet van tevoren bedenkt. De kunst van een ontdekking doen van iets waarnaar je niet op zoek was, wat je nooit had kunnen bedenken: de kunstenaar verrast zichzelf.

Een goed schilderij is niet bedacht, maar gemaakt. Het moet de beperkingen van de ideeën van de maker ontstijgen. Zo komt er een element van tijdloosheid in het werk, het enige waar het bij een goed kunstwerk uiteindelijk om draait.

  1. zonder titel (nr. 584)
  2. 27.2.87-IV (nr. 403)
  3. 1.2.85-II (nr. 205)
  4. zonder titel (nr 601)
  5. zonder titel (nr. 593)
  6. zonder titel (nr. 576)
  7. zonder titel (nr. 541)